Liriomyza latipalpis Hendel,1920

Diptera, Agromyzidae

mijn Smalle gangmijn, die rond de bladeren spiraliseert; vaak verloopt een deel van de mijn in het dieper gelegen deel van het blad. Frass in sliertjes, maar niet in het typische patroon (von Tschirnhaus, 1981a). Verpopping gewoonlijk in de mijn.

mine Narrow corridor, spiralling around the leaves; often a part of the mine runs in the deeper parts. Frass in strings, but not in the typical pattern (von Tschirnhaus, 1981a). Pupation as a rule within the mine.

waardplanten: Juncaginaceae, monofaag

hostplants: Juncaginaceae, monophagous

Triglochin maritima

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Zweden, Denemarken, Engeland, Duitsland, Polen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Sweden, Denmark, UK, Germany, Poland (Fauna Europaea, 2008).

opmerkingen Tot voor het onderzoek door von Tschirnhaus (1981a) naar de mineerdersfauna van de Duitse waddenkust nam men aan dat er op Triglochin maritimum en palustre slechts één Liriomyza voorkwam, L. triglochinae (recentelijk omgedoopt in L. angulicornis). Von Tschirnhaus vond dat op T. maritimum twee Liriomyza's door elkaar voorkomen, soms zelfs in dezelfde mijn: L. angulicornis en L. latipalpis. Welke van de twee in het binnenland voorkomt op T. palustre is nog onbekend.

notes Until the study by von Tscrirnhaus (1981a) of the mining fauna of the German Wadden coast it was assumed that Triglochin maritimum and palustre were mined by just one Liriomyza species, viz., L. triglochinae (recently rebatised into L. angulicornis). Von Tschirnhaus found that on T. maritimum two Liriomyza's co-occur, sometimes even in the same mine: L. angulicornis and L. latipalpis. Which of the two occurs on the inland T. palustre is not yet known.

literatuur

references

Bland (2001a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1981a, 1999a).

13/04/2012