Liriomyza nietzkei Spencer, 1973

Diptera, Agromyzidae

mijn Ovipositie meestal nabij de bladbasis. De larven maken fijne gangmijntjes. Verpopping buiten de mijn.

mine Oviposition usually near the leaf base. The larvae make fine corridor mines. Pupation outside the mine.

waardplanten: Alliaceae, oligofaag

hostplants: Alliaceae, oligophagous

Allium ampeloprasum, cepa

In Centraal Europa in beperkte mate schadelijk (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a).

A minor pest in Central Europe (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a).

fenologie Twee generaties: larven in voorzomer en juli-agustus; overwintering als puparium.

phenology Two generations: larvae in early summer and July-August; hibernarion as puparium.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Tsjechië, Frankrijk, Zwitserland, Italië (Fauna Europaea, 2008); ook Polen.

distribution within Europe Germany, Czechia, France, Switzerland, Italy (Fauna Europaea, 2008); also Poland.

literatuur

references

Beiger (1989a), Černý & Merz (2007a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Martinez (1982a), Nietzke (1943a, 1956a), Spencer (1973b), Süss (1974a), von Tschirnhaus (1999a)

22/12/2011