Liriomyza pisivora Hering, 1954

Diptera, Agromyzidae

Lathyrus sylvestris, Pietersberg

14944_2

Lathyrus sylvestris, Pietersberg

detail

14944_1

detail

Lathyrus sylvestris; België, Viroinval: frasspatroon

16105_01

Lathyrus sylvestris; Belgium, Viroinval: frass pattern

mijn Lange wittige gangmijn, die bijna altijd onderzijdig begint, een meestal grotendeels of zelfs geheel onderzijdig verder gaa; het eerste deel van de gang is meestal opvallend recht. Door de overlap tussen onder- en bovenzijdige gangen ontstaat in doorzicht een vlekkerig patroon. Het allerlaatste deel is gewoonlijk bovenzijdig. Gang volgt vaak een zware nerf. Frass in alternerende draadstukjes. Verpopping buiten de mijn.

mine Long whitish gallery, almost always lower-surface at first, then becoming largely or totally upper-surface. The forst section of the gallery often is remarkably straight. Because lower- and upper-surface tracts often cross the leaf looks distinctly mottled whe held against the light. The finaly part of the gallery generally is upper-surface. The gallery often follows a thick vein for a considerable distance. Frass in alternating thread fragments. Pupation outside the mine.

waardplanten: Fabaceae, oligofaag

hostplants: Fabaceae, oligophagous

Lathyrus latifolius, niger, odoratus, pratensis, sylvestris; Pisum sativum; Vicia cracca.

Geen schade van enige betekenis (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Spencer, 1973b).

No damage to mention (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Spencer, 1973b).

fenologie Larven in de zomer (Robbins, 1991a).

phenology Larvae in summer (Robbins, 1991a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis: Viroinval).

NE waargenomen (de Meijere, 1925a).

LUX waargenomen (Ellis: Ahn).

BENELUX

BE recorded (Ellis: Viroinval).

NE recorded (de Meijere, 1925a).

LUX recorded (Ellis: Ahn).

verspreiding binnen Europa Van Litouwen tot de Pyreneeën, en van Engleand tot Tsjechië; ook Corsica (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Lithuania to the Pyrenees, and from the UK to Czechia; also Corsica (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Liriomyza pusio: de Meijere (1925); L. bulbipalpis von Tschirnhaus 1992.

synonyms Liriomyza bulbipalpis von Tschirnhaus 1992.

opmerkingen Mijnen ook in de vleugels van bladsteel en stengel; de mijnen zijn daar soms tot 8 cm lang, en nauwelijks te onderscheiden van die van Liriomyza strigata, die ook wel in de bladvleugels mineert (Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte, 2003a).

notes Mines also in the wings of petoles and stem; these mines can be up to 8 cm long and can hardly be distinguished from those of Liriomyza strigata, that also can mine in the wings (Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte, 2003a).

literatuur

references

Beiger (1970a, 1989a), Bland (2001a), Buhr (1964a), Černý & Merz (2006a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Henshaw & Howse (1989a), Hering (1954a, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1925a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1998a), Robbins (1991a), Spencer (1959a, 1972a, 1973b), von Tschirnhaus (1999a).

13/04/2012