Liriomyza scorzonerae Rydén, 1951

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige blaasmijn aan de bladrand, voorafgegaan door een korte, snel breder wordende onderzijdige gang. Frass geconcentreerd in het centrum van de blaas. Vaak verscheidene larven in een mijn. Primaire en secundaire vraatlijnen zichtbaar. Verpopping buiten de mijn.

mine Upper-surface blotch at the leaf margin, preceded by a short, quickly widening, lower-surface corridor. Most frass in the centre of the blotch. Oftern several larvae in a mine. Primary and secondary feeding lines well visible. Pupation outside the mine.

waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly oligophagous

Lactuca serriola; Scorzonera humilis.

fenologie Larven in mei en augustus-september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May and August-September (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Finland tot het Iberisch Schiereiland, en van Engeland tot de Baltische Staten en Polen (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

distribution within Europe From Finland to the Iberian Peninsula, and from the UK to the Baltic States and Poland (Fauna Europaea, 2008); also Slovenia (Maček, 1999a).

larve Beschreven door Hering (1967a, als scariolae).

larva Described by Hering (1967a, as scariolae).

puparium Lichtgeel.

puparium Pale yellow

synoniemen Liriomyza scariolae Hering, 1955.

synonyms Liriomyza scariolae Hering, 1955.

literatuur

references

Beiger (1979a), Černý (2011a, 2013a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Vála (1996a), Hering (1955a, 1957a, 1967a), Maček (1999a), Michalska (1970a, 1976a), Rydén (1951b), Spencer (1954a, 1971a,b, 1976a), von Tschirnhaus (1999a).

18/10/2016