Liriomyza valerianellae Hering, 1957

Diptera, Agromyzidae

mijn Geheel bovenzijdige, sterk verbredende gangmijn, die in het algemeen echter geen secundaire blaas vormt. Frass in het latere deel van de mijn in grote korrels. Verpopping buiten de mijn.

mine Entirely upper-surface, strongly widening blotch. as a rule not forming a secondary blotch. Frass in the later parts of the mine in large grains. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten: Caprifoliaceae, monofaag

hostplants: Caprifoliaceae, monophagous

Valerianella dentata, locusta.

fenologie Larven gevonden in Duitsland (Thüringen), augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in Germany (Thüringen) found in August (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Duitsland (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

distribution within Europe Germany (Fauna Europaea, 2008); also Slovenia (Maček, 1999a).

larve Achterspiraculum met 3 papillen.

larva Rear spiraculum with 3 papillae.

literatuur

references

Hering (1957a [vol 3:14]), Maček (1999a), von Tschirnhaus (1999a).

modif. 16.i.2008