Nemorimyza posticata (Meigen, 1830)

Diptera, Agromyzidae

Solidago gigantea, Nieuwendam

Nemorimyza posticata: mine on Solidago gigantea

Solidago gigantea, Nieuwendam

detail: ovipositie-litteken

Nemorimyza posticata, oviposition

detail: oviposition scar

Solidago virgaurea, België, prov. Namen, Jemelle © Jean-Yves Baugnée

Nemorimyza posticata: mine on Solidago virgaurea

Solidago virgaurea, Belgium, prov. Namur, Jemelle © Jean-Yves Baugnée

detail: ovipositie-litteken en prikjes

Nemorimyza posticata:  oviposition site

detail: oviposition scar and punctures

mijn Grote, bruine, bovenzijdige blaasmijn, met opvallende primaire en secundaire vraatlijnen. De vraatlijnen zijn extra opvallend doordat de halfvloeibare frass zich er aan hecht. De larve verlaat de mijn voor de verpopping via een boogvormige snede in de bovenepidermis.

mine Large, brown, upper-surface blotch with conspicuous primary and secondary feeding lines. The feeding lines are the more apparent because the semiliquid frass adheres to them. Pupation outside the mine; exit slit in the upper epidermis.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Aster amellus; Bellidiastrum michelii; Buphthalmum salicifolium; Solidago canadensis, gigantea, virgaurea.

fenologie Larven in juni-augustus en september-october (Hering, 1957a).

phenology Larvae in Jun-August and September-October (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis: Torgny, Montauban).

NE waargenomen (de Meijere, 1934a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach, Dudelange).

BENELUX

BE recorded (Ellis: Torgny, Montauban).

NE recorded (de Meijere, 1934a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach, Dudelange).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Ierland tot Wit-Rusland en Hongarijë (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula and Italy, and from Ireland to Belarus and Hungary (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Dizygomyza posticata; Agromyza terminalis Coquillett, 1985; A. taeniola Coquillett, 1904; A. argenteolunulata Strobl, 1909.

synonyms Dizygomyza posticata; Agromyza terminalis Coquillett, 1985; A. taeniola Coquillett, 1904; A. argenteolunulata Strobl, 1909.

opmerkingen Het begin van de mijn is zeer constant, en lijkt uniek voor deze soort te zijn. Het ei wordt afgezet vlakbij de bladrand (het lichtbruine ovipositielitteken is duidelijk), en een klein stukje meer bladinwaarts bevinden zich een of twee gaatjes; het doet sterk denken aan de test-prikjes van Antispila metallella.

notes The begining of the mine follows a very constant, and seemingly unique pattern. Oviposition is close to the leaf margin (there is well-visible oviposition scar). A little distance more towards the interior of the blade there are one or two small perforations. They remind of the test punctures of Antispila metallella.

literatuur

references

Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Dempewolf (2001a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hartig (1939a), Hering (1923a, 1926b, 1936b, 1955b, 1957a, 1961a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1925a, 1934a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Michna (1975a), Niblett (1956a), Nowakowski (1954a), Pakalniškis (1982b, 1998a), Papp & Černý (2016a), Robbins (1991), Sasakawa (1961a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), Süss & Moreschi (2003a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a).

31/03/2017