Ophiomyia beckeri (Hendel, 1923)

Diptera, Agromyzidae

Lapsana communis, Nieuwendam

16844

Lapsana communis, Nieuwendam

mijn Bij composieten leeft de larve meestentijds als boorder in de hoofdnerf. Van daar uit gaan korte gangen de bladschijf in; ook kan een gang boven de hoofdnerf gemaakt worden. Bij Euphorbia een klein mijntje in de schutbladen van de bloeiwijze. De uiteindelijke mijn lijkt zeer sterk op die van Liriomyza strigata, maar de zijgangen zijn (vrijwel) vrij van frass; die is geconcentreerd in de rustplaats van de larve, in de basis van de hoofdnerf. Daar vindt ook de verpopping plaats.

mine In Asteraceae the larva mostly lives as a borer in the midrib of the leaves. From there short corridors are made into the blade. Also a corridor can be made overlying the midrib. In Euphorbia a small mine is made in the bracts of the inflorescence. The final mine strongly resembles the one of Liriomyza strigata, but the branches are virtually free from frass; this is acccumulated in the resting place of the larva, in the base of the midrib. There also pupation takes place.

waardplanten: Polyfaag, maar met een duidelijke voorkeur voor Asteraceae

hostplants: Polyphagous, but with a clear preference for Asteraceae.

Cardaria draba; Centaurea paui; Coreopsis; Crepis capillaria; Euphorbia amygdaloides, helioscopia, serrata; Helminthotheca echioides; Hypochaeris radicata; Lactuca serriola, tenerrima; Lapsana communis; Launaea; Lepidium; Mycelis muralis; Reichardia picroides; Scorzoneroides autumnalis; Sisymbrium irio; Sonchus asper, oleraceus; Taraxacum officinale; Urospermum picroides.

Door (Robbins (1991a) ook nog vermeld van Centranthus.

Also mentioned from Centranthus by Robbins (1991a).

fenologie Larven in mei-juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May-June (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1995a).

NE waargenomen (Ellis, div. loc.)

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1995a).

NE observed (Ellis, various localities).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Finland tot het Iberisch Schiereiland, Sicilië en Servië, en van Ierland tot Polen (Fauna Europaea, 2008); vooral talrijk in Zuid-Europa (Spencer, 1972b).

distribution within Europe From Finland to the Iberian Peninsula, Sicily and Serbia, and from Ireland to Poland (Fauna Europaea, 2008); mainly in southern Europe (Spencer, 1972b).

synoniemen Melanagromyza beckeri; M. euphorbiae Hendel, 1923; M. goniaea Hendel, 1931.

synonyms Melanagromyza beckeri; M. euphorbiae Hendel, 1923; M. goniaea Hendel, 1931.

literatuur

references

Buhr (1964a), Černý (2004a, 2007a, 2011a), Černý & Merz (2005a, 2006a, 2007a), Černý & Vála (1996a), Gill-Ortiz ao (2009a), Hering (1936b, 1957a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), de Meijere (1943a, 1946a, 1950a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1983a, 1994a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1995a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1953a, 1956a, 1957a,d,g, 1964a, 1966b,c, 1967a, 1972a,b, 1974a, 1976a), Süss (1999a), von Tschirnhaus (1999a).

26/01/2017