Ophiomyia cunctata (Hendel, 1920)

Diptera, Agromyzidae

Taraxacum officinale, Nieuwendam

8778

Taraxacum officinale, Nieuwendam

Lapsana communis, Rhenen

17072

Lapsana communis, Rhenen

mijn De mijn begint als zeer zeer dun, onder- of bovenzijdig gangetje, ergens op de bladschijf. Als dit een dikke nerf raakt daalt de larve daarin af tot de hoofnerf wordt bereikt. Daarna leeft de larve in de holle hoofdnerf. Hiervan uit gaan korte, lobvormige gangen de bladschijf in. Via de bladbasis kan de larve overgaan naar andere bladeren.De uitlopers in de bladschijf bevatten geen frass, of hoogstens enkele korrels vlakbij het punt waar ze uit de hoofdnerf komen. De meeste frass is geconcentreerd in de basis van de hoofdnerf. Hier vindt ook de verpopping plaats.

mine The mine begins as a very narrow, upper- or lower-surface corridor, somewhere in the blade. When this hits a thick vein the larva uses this to descend towards the midrib. From that moment the lave lives in the hollow midrib. From here short, lobate carridors enter the leaf blade. The larva may move to another leaf by way of the leaf base. The corridors in the leaf are virtually free of frass (at most a few grains where they leave the midrib); frass is concentrated in the base of the midrib. Here also the pupation takes place.

waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly oligophagous

Bellis; Crepis; Hypochaeris; Lactuca; Lapsana communis; Mycelis muralis; Picris hieracioides; Prenanthes; Sonchus arvensis, asper, oleraceus; Taraxacum officinale.

|n Engeland is Taraxacum de belangrijkste waardplant (Spencer, 1972a). De vermelding van Euphorbia helioscopia door Starý (1930a) berust wel op een verkeerde determinatie.

|n Britain Taraxacum is the primary hostplant (Spencer, 1972a). The reference to Euphorbia helioscopia by Starý (1930a) must derive from a misidentification.

fenologie Larven vanaf februari (Hering, 1957a).

phenology Larvae from February (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1934a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE recorded (de Meijere, 1924a, 1934a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Vrijwel heel Europa ten westen van Rusland (Fauna Europaea, 2008); ook Turkijë (Civelek, Deeming & Önder, 2000a).

distribution within Europe Almost entire Europe west of Russia (Fauna Europaea, 2008); also Turkey (Civelek, Deeming & Önder, 2000a).

synoniemen Melanagromyza cunctata.

synonyms Melanagromyza cunctata.

literatuur

references

Beiger (1958a, 1970a), Buhr (1964a), Černý (2007a, 2011a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Civelek, Deeming & Önder (2000a), Cooper (2014a), Drăghia (1968a), Hering (1957a, 1967a), Maček (1999a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), de Meijere (1924a, 1925a, 1934a, 1939a, 1950a), Michalska (1976a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1982b, 1990a, 1994a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spencer (1956a, 1964a, 1972a, 1976a), Starý (1930a), Süss (1999a), von Tschirnhaus (1999a), Utech (1962a).

18/01/2016