Ophiomyia galii Hering, 1937

Diptera, Agromyzidae

mijn De mijn begint als een gangetje in in een blad, en gaat vandaar verder als schorsmijn (daar vindt ook de verpopping plaats).

mine De mine begins as a corridor in a leaf, descends from there as a rind mine; there also the pupation.

waardplanten: Rubiaceae, oligofaag

hostplants: Rubiaceae, oligophagous

Galium mollugo, odoratum, sylvaticum, verum.

fenologie Larven in juni-juli en augustus-september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June-July and August-September (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Litouwen tot het Iberisch Schiereiland en Corsica, en van Engeland tot Slowakijë (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Lithuania to the Iberian Peninsula and Corsica, and from the UK to Slovakia (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door de Meijere (1937: 186, als O. sp.) en Dempewolf (2001a); achterspiraculum met 4-5 papillen.

larva Described by de Meijere (1937: 186, as O. sp.) and Dempewolf (2001a); rear spiraculum with 4-5 papillae.

puparium Geel.

puparium Yellow.

literatuur

references

Buhr (1941b, 1964a), Černý (2001a, 2007a, 2011a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1996a, 1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Dempewolf (2001a), Hering (1957a), de Meijere (1937a, 1938a, 1943a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1998a), Spencer (1957f, 1964a, 1972a), von Tschirnhaus (1999a).

28/04/2017