Ophiomyia gnaphalii Hering, 1949

Diptera, Agromyzidae

mijn Mijnen in de bladbasis van de onderste bladeren; vaak liggen ze dichtbij de hoofdnerf. Vanuit de bladbasis stralen gangen een eindweegs het blad in. Bij verse mijnen zijn primaire vraatlijnen zichtbaar. Frass spaarzaam, korrelig. Puparium in de mijn, in de bladbasis.

mine Mine in the leaf base of the lower leaves, often close to the midrib. From the leaf base corridors radiate into the leaf disk. Primary feeding lines in fresh mines well visible. Frass sparingly, granular. Puaparium in the mine, in the leaf base.

waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly oligophagous

Antennaria dioica; Gnaphalium sylvaticum.

fenologie Larven in juli en september-october (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July and September-October (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Engeland, Duitsland, Litouwen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe UK, Germany, Lithuania (Fauna Europaea, 2008).

larve Achterspiraculum met ca 8 papillen (Spencer, 1964a).

larva Rear spiraculum with c. 8 papillae (Spencer, 1964a).

literatuur

references

Buhr (1941b:57), Hering (1949b), Pakalniškis (1995a, 1998a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spencer (1964a, 1972a), von Tschirnhaus (1999a).

18/01/2016