Ophiomyia pinguis (Fallén, 1820)

Diptera, Agromyzidae

mijn Weinig vertakte gangmijn, uitstralend van de basis van de hoofdnerf, vaak diep in het weefsel. Via de bladbasis kan de larve overgaan naar andere bladeren. Frass geconcentreerd in het basale deel van de mijn. Verpopping in de mijn, eveneens in het basale gedeelte.

mine Little branched corridors, radiating from the leaf base, often deep in the plant tissue. The larva can migrate from one leaf to the other through the petioles. Frass concentrated in the lowest, basal part of the mine; there also the pupation takes place.

waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly oligophagous

Cichorium intybus, endivia; Lactuca sativa; Leontodon; Taraxacum officinale.

In groenteteelten een schadelijke soort, vooral op witlof, in wat mindere mate ook sla (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Dempewolf, 2004a; Spencer, 1973b).

A pest species in vegetable crops, especially chicory, to a lesser degree also lettuce (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Dempewolf, 2004a; Spencer, 1973b): chicory fly.

fenologie Larven vanaf februari (Hering, 1957a).

phenology Larvae from February (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Servië, en van Engeland tot de Baltische Staten en Hongarijë; ook Thracië (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula, Italy, and Serbia, and from the UK to the Baltic States and Hungary; also Thrace (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door Dempewolf (2001a), de Meijere (1925a) en Süss (1971a). Spiracula: voorspiraculum een vuistvormig kluwentje van 8-10 papillen; achterspiraculum met 7-9 papillen. Mandibel, in het derde larvestadium, met 1 grote tand, de linker groter dan de rechter (altererend).

larva Described by Dempewolf (2001a), de Meijere (1925a), and Süss (1971a). Spiracula: front spiraculum a globular knot of 8-10 papillae; rear spiraculum with 7-9 papillae. Mandible, in the 3rd instar, with 1 large tooth, the left one larger than the other (alternating).

puparium Oranjebruin.

puparium Orange brown.

synoniemen Melanagromyza, Tylomyza pinguis.

synonyms Melanagromyza, Tylomyza pinguis.

literatuur

references

Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a), Beuk (2002a), Van Den Bruel (1936a, 1938a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Černý (2011a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1996a, 1999a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Dempewolf (2001a, 2004a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1955b, 1956a, 1957a), Kabos (1971), Maček (1999a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Pakalniškis (1994a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spencer (1964a, 1972a, 1973b, 1974a, 1976a), Süss (1971a, 1982a), von Tschirnhaus (1999a).

18/01/2016