Pegomya hessei (Séguy, 1923)

Diptera, Anthomyiidae

mijn Grote, zeer transparante blaasmijn, met primaire en secundaire vraatsporen. De mijn begint aan de bladrand, en daar hoopt zich ook de zwarte frass op. Mijnen kunnen samenvloeien, zodat zich verscheidene larven in één mijn kunnen bevinden. Aan de bladonderzijde is gewoonlijk een langgerekt eischaaltje te zien; omdat de larven de mijn kunnen verlaten en elders aan een nieuwe beginnen heeft niet elke mijn een eischaaltje.

mine Large, very transparant blotch, with primary and secundary feeding lines. The black frass is concentrated in the oldest part of the mine, near the leaf margin. Mines can coalesce, and then contain several larvae. At the start of the mine, at the leaf underside, a white egg shell. Howvever, the larva can leave its mine and restart elsewehere, therefore mines without an egg shell may occur as well.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Carduus defloratus.

fenologie Larven in october.

phenology Larvae in October.

verspreiding binnen Europa Alpen.

distribution within Europe Alps.

synoniemen Carduophila fodiens Hendel, 1925.

synonyms Carduophila fodiens Hendel, 1925.

literatuur

references

Hartig (1939a), Hering (1957a).

modif. 3.i.2010