Pegomya seitenstettensis (Strobl, 1880)

Diptera, Anthomyiidae

mijn Gangmijn, overgaand in een grote voldiepe blaasmijn. Bij het begin van de gang aan de bladonderzijde een langerekt eischaaltje. De larve kan de mijn verlaten en elders een nieuwe blaasmijn maken. Frass in de gang in een onderbroken centrale lijn, in de blaas in verspreide korrels. Verpopping buiten de mijn.

mine Corridor, widening into a full depth blotch. At the start of the corridor a lower-surface elliptic egg shell. The larva is capable of leaving its mine and making a new blotch mine elsewhere. Frass in the corridor in a central line, in the blotch as scattered grains. Pupation outside the mine.

waardplanten: Oxalidacae, monofaag

hostplants: Oxalidacae, monophagous

Oxalis acetosella.

fenologie Larven in juni-juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June - July (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot Italië, en van Engeland tot Rusland (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia and Finland to Italy, and from Britain to Russia (Fauna Europaea, 2008).

larve, puparium Beschreven door Dušek (1970a), Starý (1930a), de Vos-de Wilde (1935a).

larva, puparium Described by Dušek (1970a), Starý (1930a), and de Vos-de Wilde (1935a).

opmerkingen Hoofdzakelijk een soort van noordelijke streken en grotere hoogte (Hering, 1957a).

notes Mainly a species of nothern regions and higher altitudes (Hering, 1957a).

literatuur

references

Beiger (1960a, 1965a, 1970a), Buhr (1933a, 1964a), Dušek (1970a), Hering (1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), Michalska (1970a, 1976a), Seidel (1957a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), de Vos-de Wilde (1935a).

18/09/2014