Phytoliriomyza hilarella (Zetterstedt, 1848)

Diptera, Agromyzidae

Pteridium aquilinum, België, prov. Luik, Ougrée: larve in de mijn; © Jen-Yves Baugnée

Phytoliriomyza hilarella: mine on Pteridium aquilinum

Pteridium aquilinum, Belgium, prov. Liège, Ougrée: larva in the mine; © Jen-Yves Baugnée

Pteridium aquilinum, Grebbeberg

17088 - normal mine

Pteridium aquilinum, Grebbeberg

Pteridium aquilinum, Grebbeberg: een ongewoon beeld: de mijn strekt zich uit over drie pinnulae

unusual mine

Pteridium aquilinum, Grebbeberg: an unusual image: the mine extends over three pinnulae

mijn Korte brede gangmijn, bijna altijd beperkt tot één bladslipje (pinnula), meestel een secundaire blaasmijn vormend. De larve verlaat de mijn voor de verpopping.

mine Short brooad corridor, almost always limited to one leaf segment (pinnula), usually forming a secondary blotch in the end. Pupation outside the mine.

waardplanten: Dennstaedtiaceae, monofaag (?)

hostplants: Dennstaedtiaceae, monophagous (?)

Pteridium aquilinum.

Hering (1957a) vermeldt nog Asplenium en Polypodium; Polypodium wordt ook genoemd door Spencer (1972a).

Hering (1957a) adds Asplenium and Polypodium; Polypodium is also mentioned by Spencer (1972a).

fenologie Mijnen gevonden van juni-september.

phenology Mines found from June to September.

BENELUX

BE waargenomen (Ellis: Sinnich).

NE waargenomen (de Meijere, 1911a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (Ellis: Sinnich).

NE recorded (de Meijere, 1911a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Oostenrijk, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia to Austria, and from the UK to Poland (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Phytobia, Pteridomyza, Dizygomyza hilarella.

synonyms Phytobia, Pteridomyza, Dizygomyza hilarella.

opmerkingen Spencer (1973a) beschreef, aande hand van materiaal uit Engeland, Duitsland, Slovenië en Montenegro een soort die nauw verwant is aan hilarella: Ph. pteridii, alleen bekend aan de hand van de volwassen vliegen. Volgens de Meijere heeft het achterspiraculum van de larve van hilarella 15-18 papillen maar soms minder, terwijl volgens Spencer het puparium van hilarella 12-15 papillen heeft. Of de Meijere een werkelijke variabiliteit beschreef, dan wel met een mix van de twee soorten te maken had, is onduidelijk. Voorzover mij bekend zijn in Nederland of België nog geen imagines van pteridii gevonden. Niettemijn lijken er in de achterspiracula van de twee ge©grafeerde larven verschillen te bestaan, en het is niet ondenkbaar dat het Bunderbostype en het Grebbergtype elk tot één van beide soorten hoort.

notes Spencer (1973a), basing himself on material from the UK, Germany, Slovenia and Montenegro, described a new species, Ph. pteridii, closely related to hilarella. Only the adult stage is known of pteridii. De Meijere writes that the rear spiraculum of hilarella has 15-18 papillae but sometimes less, while according to Spencer the rear spiraculum of hilarella has 12-15 papillae. It is not clear whether de Meijere described true variation of hilarella or had a mix of two species before him. As far as I know no adult material of pteridii has been found in the Benelux so far. Nevertheless the larvae ©graphed here look rather different, and it does not seem inconceivable that the "Bunderbos type" and the "Grebberg type" each belong to one of the two species.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2007a) Andorra, van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hering (1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), de Meijere (1911a, 1924a, 1925a, 1939a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Robbins (1991a), Skala (1936a), Sønderup (1949a), Spencer (1972a, 1973a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a, 1970a).

22/10/2014