Phytoliriomyza ornata (Meigen, 1830)

Diptera, Agromyzidae

mijn De larve boort in het merg van dikke delen van het blad, de bladscheden en de bloemstengel. Het puparium wordt in de mijn gevormd.

mine The larva bores in the pith of the thicker parts of the leaves, leaf sheets and flower stalk. The puparium is formed within the mine.

waardplanten: Butomaceae, monofaag

hostplants: Butomaceae, monophagous

Butomus umbellatus.

fenologie Larven in augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in August (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Duitsland, en van Engeland tot Litouwen en Hongarijë (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia to Germany, and from the UK to Lithuania and Hungary (Fauna Europaea, 2008).

larve Dempewolf (2001a) beschrijft de larve.

larva Described by Dempewolf (2001a).

puparium Beschreven door de Meijere (1925a, 1938a); donkerbruin.

puparium Described by de Meijere (1925a, 1938a); dark brown.

synoniemen Liriomyza, Metopomyza ornata; Agromyza elegantula Zetterstedt, 1848; A. limbatella Zetterstedt, 1848.

synonyms Liriomyza, Metopomyza ornata; Agromyza elegantula Zetterstedt, 1848; A. limbatella Zetterstedt, 1848.

literatuur

references

Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Černý (2011a, 2013a), Dempewolf (2001a), Hering (1957a), McLean (1998a), de Meijere (1924a, 1925a, 1938a, 1939a), Pakalniškis (1998a), Sønderup (1949a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a).

18/10/2016