Phytomyza aconitella Hendel, 1934

Diptera, Agromyzidae

mijn Zeer lange (tot 20 cm), nauwelijks breder wordende gangmijn. Frass in concentraties die 5-10 mm uiteen liggen. Verpopping buiten de mijn.

mineVery long (up to 20 cm), hardly widening corridor. Frass in concentrations that are 5-10 mm apart. Pupation outside the mine.

waardplanten: Ranunculaceae, monofaag

hostplants: Ranunculaceae, monophagous

Aconitum lamarckii, napellus, variegatum, vulparia; Delphinium.

fenologie Larven in juli-augustus (Hering, 1957a)/

phenology Larvae in July - August (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Polen, Oostenrijk, Slovenië (Maček, 1999a; Fauna Europaea, 2009); Gebergtesoort (Hering, 1957a).

distribution within Europe Germany, Poland, Austria, Slovenia (Maček, 1999a; Fauna Europaea, 2009); Mountain species (Hering, 1957a).

larve Mandibel met twee tanden, alternerend; achterspiraculum gegaffeld, met 20 papillen (de Meijere, 1937a).

larva Mandible with 2 teeth, alternating rear spiraculum bifid, with 20 papillae (de Meijere, 1937a).

literatuur

references

Ahr (1966a), Haase (1942a), Hering (1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1937a), Seidel (1957a), Skala (1936a), von Tschirnhaus (1999a).

26/01/2017