Phytomyza anemonantheae Spencer, 1969

Diptera, Agromyzidae

mijn Secundaire blaasmijn, met duidelijke primaire en secundaire vraatlijnen. De mijn is tamelijk ondiep en begint min of meer in het centrum van een bladslip.

mine Secondary blotch, with well visible primary and secondary feedig lines. The mine is rather shallow, and starts more or less in th centre of a leaf segment.

waardplanten: Ranunculaceae, monofaag

hostplants: Ranunculaceae, monophagous

Anemone sylvestris.

fenologie Larven in juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Litauwen (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Germany, Lithuania (Fauna Europaea, 2009).

puarium Bruinzwart; achterspiraculum met 6-8 papillen in een ellips.

puparium Brownish-black; rear spiraculum with 6-8 papillae in an ellipse.

opmerkingen Hering (1957a) schrijft dat de verpopping buiten de mijn plaatsvindt; Spencer (1969a) zegt daar niets over, en Pakalniškis (1995a, 2004a) schrijft dat het puparium zich in de mijn bevindt.

notes Hering (1957a) writes that pupation takes place outside the mine; Spencer (1969a) does not mention the subject, and Pakalniškis (1995a, 2004a) writes that pupation occurs within the mine.

literatuur

references

Hering (1957a#358), Pakalniškis (1995a, 2004a), Spencer (1969a).

modif. 5.vii.2009