Phytomyza antennariae Bland, 2011

Diptera, Agromyzidae

mijn Ovipositie aan de basis van een van de oudere bladeren. Van hieruit worden verscheidene bovenzijdige gangen gemaakt in de richting van de bladrand, die aan de basis samenvloeien, zodat het eindresultaat een handvormige secundaire blaasmijn is. De bovenepidermis krimpt ietwat, waardoor de bladranden naar boven samenvouwen en de mijn onopvallend wordt. Via de bladbasis verhuist de larve van het ene blad na het ander, en mijnt op deze wijze gemiddeld zes bladeren uit. De frass is geconcentreerd als een donkere massa in het basele deel van de mijn. Verpopping in de mijn, meestal in de basis van het blad, dat altijd een van de jonge, kleine, centrale bladeren is van het rozet.

mine Oviposition at the base of one of the older leaves. From here several upper-surface galleries radiate towards the leaf margin; their bases fuse, creating as end result a palmate secondary blotch. The upper epidermis somewhat contracts, causing the leaf margins to curl upwards, somewhat conceiling the mine. Via the leaf basis the larva moves to another leaf; six leaves on average are mined out. The frass is concentrated as a black mass in the basal port of the mine. Pupation within the mine, generally near the base of the leaf, invariably in one of the smaller, youngest central leaves of the rosette.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Antennaria dioica.

fenologie Bezette mijnen gevonden van mei tot midden juni; onuitgekomen pupapria in juni; één generatie.

phenology Occupied mines were found from May till mid-June; un-emerged puparia in June; one generation.

verspreiding binnen Europa Schotland, Noord-Ierland, mogelijk Blatische Staten (zie hieronder).

distribution within Europe Scotland, Northern Ireland, possibly Baltic States (see below).

larve niet beschreven.

larva not described.

pop Langerekt ovaal, bleek geelwit, ca 1.3 mm, segmentgrenzen ondiep. Achterspiracula met 8-9 papillen op bases die 4-5 maal hun hoogte uiteenliggen.

pupa Elongate oval, pale yellowish cream, c. 1.3 mm, segment limits shallow. Rear spiracula with 8-9 papillae on bases that are separated by 4-5 times their height.

synoniemen Eerder door Bland (1999b) vermeld en afgebeeld als Ophyiomyia gnaphalii. De mijnen van de twee soorten lijken sterk op elkaar, evenals de achterspiracula van het puparium.

synonyms Earlier recorded and depicted by Bland (1999b) as Ophyiomyia gnaphalii. The mines of the two species are quite similar, like also the rear spiracula of the puparium.

opmerkingen Treedt vooral op bij planten die groeien temidden van Calluna vulgaris.

notes Plants growing amongst Calluna vulgaris are preferred.

literatuur

references

Bland (1999b, 2011a).

03/11/2011