Phytomyza arnicae Hering, 1925

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige, zelden onderzijdige, ondiepe, gang, plotseling verbreed tot een grote blaas, die bijna het hele blad kan beslan, en die hier en daar voldiepe plekken kan hebben. De mijn doet het omgevende deel van het blad soms rood-violet verkleuren. Frass in kleine, verspreide korrels. Verpopping buiten de mijn.

mine Upper-surface, rarely lower-surface, shallow, corridor, suddenly widening into a large blotch that may occupy almost the entire leaf, and may have some full-depth spots. Leaf around the mine sometimes with a red-violet discolouration. Frass in small, dispersed, granules. Pupation outside the mine.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Arnica angustifolia, montana.

fenologie Larven in mei tot juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May to June (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries

verspreiding binnen Europa Van Zweden tot de Alpen, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Sweden to the Alps, and from Britain to Poland (Fauna Europaea, 2009).

larve Mandibels met twee tanden, zwak alternerend; geen frontaal aanhangsel. Voorspiraculum met 10-13, achterspiraculum met 15-20 papillen, beide in een onregelmatige boog (de Meijere, 1928a, 1937a).

larva Mandibles wth two teeth, only weakly alternating; no frontal appendage. Anterior spiracle with 10-13, posterior one with 15-20 papillae, both in an irregular arc (de Meijere, 1928a, 1937a).

opmerkingen Montane soort (Hering, 1957a).

notes Mountain species (Hering, 1957a).

literatuur

references

Ahr (1966a), Buhr (1964a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1996a), Haase (1942a), Hering (1925b, 1926b, 1957a), Huber (1969a), de Meijere (1928a, 1937a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a).

30/07/2011