Phytomyza buhriella Spencer, 1969

Diptera, Agromyzidae

mijn Lange smalle gang in de bladsteel, soms ook in een dikke nerf, en soms beginnend op de bladschijf. Verpopping in de mijn.

mine Long narrow corridor in the petiole, sometimes also in a thick vein, and sometimes beginning on the blade. Pupation internal.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Petasites albus; Tussilago farfara.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Noorwegen, Engeland, Litouwen, Duitsland, Zwitserland, Tsjechië, Slowakijë (Andersen & Jonassen 1994a; Černý & Merz, 2007a; Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Norway, Britain, Lithuania, Germany, Switzerland, Czechia, Slovakia (Andersen & Jonassen 1994a; Černý & Merz, 2007a; Fauna Europaea, 2010).

larve Frontaal aanhangsel aanwezig, omhoog gericht, gedeeld (? gegliedert); zowel voor- als achterspiracula met 18-22 papillen in twee bijna paralle rijen (Hering, 1957a).

larva Frontal appendage present, erect, forked (? gegliedert); both anterior and posterior spiracula with 18-22 papillae in two almost parallel rows (Hering, 1957a).

synoniemen Phytomyza notabilis Spencer, 1971a.

synonyms Phytomyza notabilis Spencer, 1971a.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Černý & Merz (2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), Griffiths (1972b), Hering (1957a: # 3604a), Pakalniškis (1994a), Spencer (1969a, 1971a, 1972a), von Tschirnhaus (1999a).

20/10/2014