Phytomyza callianthemi Hering, 1944

Diptera, Agromyzidae

mijn Ondiepe, bovenzijdige gang, aanvankelijk zeer smal, later onregelmatig verbreed. Frass deels in dikke korrels, deels in sliertjes of parelsnoertjes, plaatselijk ook ontbrekend. Verpopping extern, boogsnede in onderepidermis.

mine Shallow, upper-surface corridor, initially very narrow, later irregularly widened. Frass partly in coarse grains, partly in strings or pearl chains, locally also missing. Pupation external, exit slit in lower epidermis.

waardplanten: Ranunculaceae, monofaag

hostplants: Ranunculaceae, monophagous

Calianthemum coriandrifolium.

fenologie Larven in mei.

phenology Larvae in May.

verspreiding binnen Europa Polen, Oosternrijk (Fauna Europaea, 2009); gebergten.

distribution within Europe Poland, Austria (Fauna Europaea, 2009); mountains.

larve Beschreven door de Meijere (1946a), sterk gelijkend op de larve van Ph. ranunculi.

larva Described by de Meijere (1946a), strongly resembling the larva of Ph. ranunculi.

literatuur

references

Beiger (1979b), Hering (1944a, 1957a), de Meijere (1946a).

modif. 24.x.2009