Phytomyza chaerophylliana Hering, 1931

Diptera, Agromyzidae

mijn Identiek aan de mijn van Ph. chaerophylli.

mine Indistinguishable from the mine of Ph. chaerophylli.

waardplanten: Apiaceeae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Chaerophyllum temulum.

fenologie Larven in juni-juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June - July (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Polen, Tsjechië, Italië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Germany, Poland, Czechia, Italy (Fauna Europaea, 2009).

opmerkingen Omdat larve en puparium niet beschreven zijn, en de mijn niet te onderscheiden is van die van chaerophylli, kan deze soort alleen middels kweken met zekerheid worden gedetermineerd.

notes Because neither larva nor puparium are described, and the mine cannot be distinguished from the one of chaerophylli, only breeding can lead to a reliable identification.

literatuur

references

Beiger (1958a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dreger & Myssura (2005a), Haase (1942a), Hering (1931a, 1955b, 1957a), Spencer (1971a), Starke (1942a), Süss (1992a), von Tschirnhaus (1999a).

20/10/2014