Phytomyza cicutivora Hering, 1931

Diptera, Agromyzidae

mijn Klein bovenzijdig blaasmijntje, meestal in de top van een bladslip, voorafgegaan door een kort, dichtgewonden breed gangetje. In het gangetje veel bruine frass, in de de blaas ligt de frass in grote zwarte klompen. De larve verlaat voor de verpopping de mijn via een boogsnede in de bovenepidermis.

mine Small upper-surface blotch, generally in the tip of a leaf segment, preceded by a short and broad, densely wound corridor. Frass in the corridor in numerous brown grains, in the blotch as large black lumps. Pupation ooutside the mine, exit slit in upper epidermis.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Cicuta virosa.

fenologie Larven in augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in August (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Duitsland (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Germany (Fauna Europaea, 2008).

literatuur

references

Buhr (1932a), Hering (1931f, 1957), von Tschirnhaus (1999a).

modif. 25.iii.2008