Phytomyza erigerophila Hering 1927

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige, tamelijk brede, vertakte gangmijn zonder vraatlijnen. In ieder geval bij Erigeron verkleuren oudere mijnen naar roodbruin. Frass in losse korrels en parelsnoertjes. Verpopping buiten de mijn.

mine Upper-surface, fairly wide, branching corridor without apparent feeding lines. At least in Erigeron older mines turn reddish=brown. Frass in isolated grains and pearl chains. Pupation outside the mine.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Aster amellus, novi-belgii; Erigeron acris, annuus, canadensis; ? Hieracium, Symphyotrichum novi-belgii.

Heel misschien ook ook Tripolium pannonicum subsp. tripolium; zie de opmerking hieronder.

May perhaps also occur on Tripolium pannonicum subsp. tripolium; see the note below.

fenologie Larven in juni-juli en september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June-July and September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (Hering, 1959a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE recorded (Hering, 1959a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Finland tot de Pyreneeën en Alpen, en van Engeland tot Polen; ook Bulgarijë (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

distribution within Europe From Finland to the Pyrenees and the Alps, and from the UK to Poland; also Bulgaria (Fauna Europaea, 2008); also Slovenia (1999a).

larve beschreven door de Meijere (1928a als erigerophila, 1937a als asteribia) en door Griffiths (1976c); achterspiraculum 8-11 papillen.

larva Described by de Meijere (1928a as erigerophila, 1937a as asteribia) and by Griffiths (1976c); achterspiraculum with 8-11 papillae.

synoniemen Phytomyza archhieracii Hering, 1927; Ph. asteribia Hering, 1935.

synonyms Phytomyza archhieracii Hering, 1927; Ph. asteribia Hering, 1935.

opmerkingenDe Meijere (1924a) beschreef een nieuwe soort, Ph. tripolii, die hij had gekweekt uit Aster tripolium. Een beschrijving van de mijn werd niet gegeven, en de beschrijving van de vlieg is zo summier dat het niet duidelijk is hoe deze soort moet worden geïnterpreteerd (Griffiths, 1976c). De larve werd door hem beschreven in 1926a. Omdat de Meijere (1937a) bij de beschrijving van Ph. asteribia-larven opmerkt dat deze merkwaardig sterk lijken op die van tripolii is het denkbaar dat tripolii en erigerophila één en dezelfde soort zijn. Het type van tripolii is echter verloren gegaan (de Jong, 2000a) zodat de identiteit van tripolii nooit zal kunnen worden opgelost.

notes De Meijere (1924a) described a new species, Ph. tripolii, bred from Aster tripolium. The mine was not described, and the description of the fly is too incomplete for recognition (Griffiths, 1976c). De Meijere described the larva in 1926a. Ten years later (1937a), while describing the larva of Ph. asteribia he noted a strong resemblance with the one of tripolii. There is therefore a possibility that tripolii and asteribia/erigerophila refer to the same species. However, the type of tripolii is lost (de Jong, 2000a), and the name of tripolii must be put aside as unresolvable.

literatuur

references

Ahr (1966a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Deeming (1995a), Griffiths (1976c), Hering (1927b, 1955b, 1957a, 1959a), Huber (1969a), de Jong (2000a), Kabos (1971a), Maček (1999a), de Meijere (1924a, 1928a, 1939a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Robbins (1991), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1970a).

27/01/2017