Phytomyza glechomae Kaltenbach, 1862

Diptera, Agromyzidae

Glechoma hederacea, Duin- en Kruidberg

8260

Glechoma hederacea, Duin- en Kruidberg

mijn Mijn begint met een smal gangetje, met de frass als fijne korrels aan weerszijden. In het daaropvolgende deel van de mijn is de gang veel wijder, en ligt in lussen die zo dicht aansluiten dat meestal een secundaire blaasmijn ontstaat; hier ligt de frass in parelsnoertjes. Dan volgt een derde type gang: tamelijk recht en niet zo breed, en vooral interparenchymaal, dus in doorzicht groenig. Verpopping buiten de mijn, maar het puparium blijft nogal eens aan het blad kleven.

mine The mine begins as a narrow corridor, with the fraa in fine grains along the sides. In the next section the corridor is much wider and more closely wound, forming a secondary blotch; the frass now forms pearl chains. In the final section the corridor is again narrower, rather straigt and especially interparenchymatous, greenish in transparancy. Pupation outside the mine, but the puparium often sticks to the leaf.

waardplanten: Lamiaceae, monofaag

hostplants: Lamiaceae, monophagous

Glechoma hederacea.

fenologie Twee generaties, in mei-juni en augustus-september (Hering, 1957a).

phenology Two generations, in May-June and August-September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot de Pyreneeën, Italië en Hongarijë, en van Ierland tot de Baltische Staten en Slowakijë (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

distribution within Europe From Scandinavia and Finland to the Pyrenees, Italy and Hungary, and from Ireland to the Baltic States and Slovakia (Fauna Europaea, 2008); also Slovenia (Maček, 1999a).

synoniemen Napomyza glechomae; N. piceipes van der Wulp, 1871.

synonyms Napomyza glechomae; N. piceipes van der Wulp, 1871.

opmerkingen De meeste jaren een heel gewone soort, maar soms bijna niet te vinden.

notes In most years a quite common species, but sometimes almost impossible to find.

literatuur

references

Amsel & Hering (1933a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1964a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dreger & Myssura (2005a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a), Hering (1932a, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Iwasaki (1997b), Kabos (1971a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1926a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Michna (1975a), Niblett (1956a), Nowakowski (1954a) Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Robbins (1991a), Rydén (1926a), Sasakawa & Imura (1993a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a).

06/09/2016