Phytomyza griffithsi Spencer, 1963

Diptera, Agromyzidae

Plantage major, Lage Mierde

10203

Plantage major, Lage Mierde

mijn Verscheidene eieren worden afgezet op de bladschijf. Vandaar dalen smalle gangetjes af in de richting van de bladsteel. Eenmaal daar aangekomen maken de larven een aantal lobbige brede gangen die uitwaaieren in het basale deel van de bladschijf. Latere deel van de mijn deels bovenzijdig, deels interparenchymaal, bleekgroen ogend; in de opervlakkige delen zijn vaak primaire vraatlijnen zichtbaar. Frass in wijd verspreide korrels. Oude mijnen volgens Buhr (1964a) vaak zwart verkleurend. Verpopping binnen de mijn, vaak in de bladsteel. Puparia meestal onderzijdig; hun voorspiracula steken door de epidermis naar buiten.

mine Several eggs are deposited on the blade. From there narrow corridors descend in the direction of the petiole. Once they have arrived there, the larvae start making broad lobate corridors that fan out over the basal half of the leaf. Later parts of the mine are party upper-surface, partly interparenchymatous, looking pale green. In the shallow parts primary feeding lines often visible. Frass in widely dispersed grains. According to Buhr (1964a) older mines often turn black. Pupation within the mine, often in the petiole. Puparium generally at the lower surface; the front spiracula penetrate the epidermis.

waardplanten: Plantaginaceae, monofaag

hostplants: Plantaginaceae, monophagous

Plantago major, media.

fenologie Larven in juli-november (Buhr, 1964a).

phenology Larvae in July-November (Buhr, 1964a).

BENELUX

BE waargenomen (Mortelmans ea, 2014a).

NE waargenomen (Ellis, verscheidene vindplatsen).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (Mortelmans ao, 2014a).

NE observed (Ellis, several localities).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Litouwen tot de Pyreneeën en de Alpen, en van Engeland tot Polen en Tsjechië (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Lithuania to the Pyrenees and the Alps, and from the UK to Poland and Czechia (Fauna Europaea, 2008).

puparium Wit.

puparium White.

opmerkingen De literatuur over Plantago-mineerders is gecompliceerd doordat de beschrijving en afbeelding van Ph. plantaginis in Hering (1957a) in feite betrekking heeft op Ph. griffithsi. Dit wordt gecorrigeerd door Spencer (1972a) die Hering's afbeelding copiëert, maar daarbij ten onrechte aangeeft dat een deel van ervan een mijn van plantaginis weergeeft, een ander deel griffithsi.

In Nederland door mij gevonden in onder meer Lage Mierde, Baarschot, Bloemendaal en hartje Amsterdam, in alle gevallen op Plantago major. Volgens Griffiths en Buhr komt de mineerder alleen voor op Pl. media.

Mijnen komen veel voor bij planten die sterk worden betreden (Buhr, 1964a); dat is ook in Nederland mijn ervaring.

notes The literature about Plantago-miners is complicated by the fact that the description and illustration of Ph. plantaginis in Hering (1957a) in fact refers to Ph. griffithsi. This is corrected by Spencer (1972a) who copies Hering's drawing, but incorrectly indicates that one part of it illustrates a mine of plantaginis, another part a griffithsi mine.

Found by me in the Netherlands at several locaties, including the vey centre of Amsterdam, in all cases on Plantago major. According to Griffiths and Buhr the species lives on op Pl. media only.

Mines frequently occur in plants that are heavily trodden (Buhr, 1964a); this is my experience in the Netherlands too.

literatuur

references

Buhr (1964a), Černý & Merz (2007a), Hering (1957a), Mortelmans, Boeraeve, Tamsyn, Proesmans & Dekeukeleire (2014a), Pakalniškis (1998a), Spencer (1963a, 1972a), von Tschirnhaus (1999a).

21/09/2014