Phytomyza heckfordi Bland, 2011

Diptera, Agromyzidae

mijn Ovipositie nabij de bladrand, in de distale helft van het blad. Vandaar loopt een smalle gang van ca 15 mm langs de bladrand naar de top, dan weer naar beneden; dan gaat de gang over in een bruine blaas die soms bijna het hele bladbreedte inneemt. In de blaas ligt de frass als zwarte korrels van uiteenlopende grootte. Verpopping buiten de mijn.

mine Oviposition near the leaf margin, in the distal half of the leaf. From here a narrow gallery of c. 15 mm runs to the leaf tip, then down again; then the gallery widens into a brown blotch that may occupy the entire width of the leaf. In the blotch the frass lies dispersed as black granules of variable sizes. Pupation external.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Antennaria dioica.

fenologie Twee generaties; bezette mijnen gevonden in eind juni en de eerste helft van september.

phenology Bivoltine; occupied mines were found in late June and in the first half of September.

verspreiding binnen Europa Schotland.

distribution within Europe Scotland.

larve niet beschreven.

larva not described.

pop ca 1 mm, worstvormig, bleek oranje-bruin, segmentgrenzen ondiep. Voorspiracula gegaffeld; achterspiracula on twee stevige dragers die elkaar aan de voet raken, met 13-14 papillen in een cirkel gerangschikt.

pupa c. 1 mm, saucage shaped, pale orange brown, segment limits shallow. Front spiracula T-shaped; rear spircaula on two stout bases, touching each other at their feet, with 13-14 papillae in circular arrangement.

literatuur

references

Bland (2011a).

02/11/2011