Phytomyza heterophylli Bland, 1997

Diptera, Agromyzidae

mijn Donkerbruine blaasmijn die in de buurt van de bladtop begint, en zich (meestal aan één zijde van de hoofdnerf) naar beneden uitbreidt. (Primaire?) vraatlijnen duidelijk zichtbaar. Verscheidene larven samen in een mijn. Verpopping extern.

mine Dark brown blotch, begnning near the tip of the leaf usually descending at one side of the midrib only. (Primary?) feeding lines conspicuous. Several larvae in the mine. Pupation external.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Cirsium helenioides (= heterophyllum).

fenologie Larven van eind juni tot begin augustus.

phenology Larvae from late June to early August.

verspreiding binnen Europa Schotland.

distribution within Europe Scotland.

puparium roodbruin, achterspirculum met 16-18 duidelijke papillen in en incomplete ellips.

puparium Red-brown, rear spiraculum with 16-18 well-defined papillae in an incomplete ellipse.

literatuur

references

Bland (1997b).

modif. 6.v.2010