Phytomyza kaltenbachi Hendel, 1922

Diptera, Agromyzidae

mijn De mijn begint met een onderzijdige, draaddunne en zeer lange, ondiepe, wittige, later bruine, gang, die vaak meermalen door het blad slingert en zichzelf regelmatig oversnijdt. De frass ligt hier in een smalle centrale lijn. Na een vervelling volgt het bovenzijdige deel van de mijn; dit is eveneens een gang, met onregelmatig uitgevreten wanden en duidelijke primaire vraatsporen; hier ligt de frass in zwarte snoertjes. Het puparium blijft in de mijn, in een onderzijdige kamer (Hering, 1957a; Spencer, 1976a).

mine The first part of the mine is a lower-surface, thread thin and very long, shallow, initially whitish, later brown corridor that winds through the leaf several times and crosses itself repeatedly. Frass here in a narrow central line. After a moult starts the second part of the mine: also a corridor, with irregular sides and clear primary feeding lines. Frass in this second part in black strings. Puparium within the mine, in a lower-surface pupal chamber (Hering, 1957a; Spencer, 1976a).

waardplanten: Ranunculaceae, oligofaag

hostplants: Ranunculaceae, oligophagous

Actaea spicata; Clematis alpina, recta, vitalba.

Maček (1999a) noemt nog Caltha palustris; dat zal nader moeten worden bevestigd.

Maček (1999a) also mentions Caltha palustris; this requires confirmation.

fenologie Mijnen van juni tot augustus.

phenology Mines in June-August.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Denemarken tot de Alpen en van Engeland tot Polen; ook Thracië (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Denmark to the Alps, and from the UK to Poland; also Thrace (Fauna Europaea, 2008).

puparium De Meijere (1928a, 1938a, 1941a).

puparium De Meijere (1928a, 1938a, 19041a).

synoniemen Phytomyza atragenis Hering, 1931; Phytomyza philactaea Hering, 1931.

synonyms Phytomyza atragenis Hering, 1931; Phytomyza philactaea Hering, 1931.

opmerkingen Soort van xerotherme milieus (Hering, 1957a).

notes Species of warm and dry habitats (Hering, 1957a).

literatuur

references

Černý (2013a), Černý & Merz (2007a), Csóka (2003a), Hartig (1939a), Hering (1931f, 1957a, 1961a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1928a, 1938a, 1941a), Mihajlović, Spasić, Petanović & Mihajlović (1998a), Pakalniškis (2004a), Sønderup (1949a), Spencer (1976a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

18/10/2016