Phytomyza libanotidis Hering, 1928

Diptera, Agromyzidae

Seseli libanotis, België, prov. Namen, Dinant © Jean-Yves Baugnée

Phytomyza libanotidis: mine on Seseli libanotis

Seseli libanotis, Belgium, prov. Namur, Dinant © Jean-Yves Baugnée

mijn Mijn begint als een smal gangetje langs de bladrand, meestal om de top van een bladslip heen. Dit gaat over in een diepe, daardoor doorzichtige, bovenzijdige gangmijn. Frass in het begin van de mijn in twee rijen korreltjes, verderop onregelmatiger, in grove korrels. Verpopping buiten de mijn; boogsnede in de bovenepidermis.

mine The mine begins as a narrow corridor along the leaf margin, usually running around a leaf segment. Then follows a deep, therefore quite transparant, upper-surface corridor. Frass at first in two rows of grains, further on in more irregular, coarser grains. Pupation outside the mine; exit slit in upper epidermis.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Seseli libanotis.

fenologie Larven in juni (Hering, 1957a), naar eigen waarneming ook in september.

phenology Larvae in June (Hering, 1957a), own observations also in September.

BENELUX

BE waargenomen door Jean-Yves Baugnée, october 2013.

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE observed by Jean-Yves Baugnée, October 2013.

NE not recorded (Fauna Europaea, 2008).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Noorwegen, Duitsland, Polen en Litouwen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Norway, Germany, Poland and Lithuania (Fauna Europaea, 2008).

larve Achterspiraculum met ca. 20 papillen.

larva Rear spiraculum with about 20 papillae.

puparium Zwart (Spencer, 1976a).

puparium Black (Spencer, 1976a).

literatuur

references

Beiger (1960a, 1965a), Buhr (1932a), Hering (1928b, 1957a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a).

26/11/2014