Phytomyza linguae Lundquist, 1947

Diptera, Agromyzidae

mijn Lange en smalle bovenzijdige gangmijn met ietwat uitgevreten randen. Frasskorrels opvallend groot, ver uiteenliggend. De larve verlaat voor de verpopping het blad middels een boogsnede in de bovenepidermis. Het puparium blijft niet ver vandaar aan het blad kleven.

mine Long and narrow upper-surface corridor with somewhat irregular sides. Frass grains unusually large, widely dispersed. Pupation outside the mine; exit slit in upper epidermis. The puparium adheres to the leaf close by.

waardplanten: Ranunculaceae, nauw monofaag

hostplants: Ranunculaceae, narrowly monophagous

Ranuculus lingua.

fenologie Larven in juli-augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July-August (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Zweden, Polen, Litouwen; misschien ook Duitsland (Fauna Europaea, 2008). Door Drăghia (1968a) ook uit Roemenië gemeld.

distribution within Europe Sweden, Poland, Lithuania; possibly also Germany (Fauna Europaea, 2008). Recorded also from Romania (Drăghia, 1968a).

puparium Glanzend-zwart.

puparium Shining black.

opmerkingen De status van Ph. linguae is onderwerp van discussie. Spencer (1976a) en von Tschirnhaus (1999a) beschouwen lingae als een synoniem van R. ranunculivora; Pakalniškis (1996a, 2004a) en de auteurs van de Fauna Europaea beschouwen linguae echter als een goede soort.

notes The status of Ph. linguae is subject of debate. Spencer (1976a) and von Tschirnhaus (1999a) consider lingae a synonym of R. ranunculivora; Pakalniškis (1996a, 2004a) and the authors of the Fauna Europaea however treat linguae as a valid species.

literatuur

references

Drăghia (1968a), Dreger & Myssura (2005a), Hering (1957a), Kahanpää (2014a) Finland, Pakalniškis (1996a, 2004a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a).

25/09/2016