Phytomyza lithospermi Nowakoski, 1959

Diptera, Agromyzidae

mijn Vanuit een klein blaasje, meestal in de bladtop gaan stervormig gangen uit die zich verbreden en samenvloeien. Larve solitair; Verpopping meestal buiten de mijn; gebeurt het toch in de mijn dan steekt het puaprium toch al ietwat naar buiten.

mine From a small blotch, usually in the leaf tip, a number of short corridors radiate, that widen and finally coalesce. Larva solitary. Pupation as a rule outside the mine; if it does happen inside, the puparium already protrudes from the mine.

waardplanten: Boraginaceae, nauw oligofaag

hostplants: Boraginaceae, narrowly oligophagous

Aegonychon purpurocaeruleum; Lithospermum officinale.

Hoewel Nowakowski (1959a) schrijft dat meldingen van Symphytum waarschijnlijk betrekking hebben op Ph. medicaginis, wordt de soort door Hering (1963a) gemeld van Symphytum tuberosum.

Although Nowakowski (1959a) writes that references to Symphytum probably concern Ph. medicaginis, lithospermi is recorded from Symphytum tuberosum by Hering (1963a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Polen, Slowakij√ę (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Germany, Poland, Slovakia (Fauna Europaea, 2009).

larve Metathorax zonder dorsale bult; voorspiraculum met 8-10 papillen; achterspirculum met 10-14 papillen in een ellips.

larva Metathorax without a dorsal hump; front spiraculum with 8-10 papillae; rear spiraculum with 10-14 papillae in an ellipse.

literatuur

references

Beiger (1975a), Griffiths (1975a), Hering (1963a), Nowakowski (1959a), von Tschirnhaus (1999a).

03/03/2014