Phytomyza lycopi Nowakowski, 1959

Diptera, Agromyzidae

Lycopus europaeus, Susteren

8634_1

Lycopus europaeus, Susteren

zelfde vindplaats

8634_2

same locality

mijn Mijn begint met een klein en nauw spiraaltje (later alleen nog als een donker vlekje te herkennen). Het daaropvolgende ganggedeelte is sterk darmachtig gekronkeld, waardoor gemakkelijk een secundaire blaasmijn ontstaat. De mijn ligt gewoonlijk in de bladtop. De verpopping vindt meestal plaats in het blad; de spiracula van het puparium steken niet door de epidermis heen.

mine The mine begins as a tiny narrow spiral (later recognisable only as a small dark spot). Then follows a corridor that is wound strongly, intestine-like, easily ending up in secondary blotch. Mine usually in the leaf tip. Pupation generally within the mine; the spiracula of the puparium dn not penetrate the epidermis.

waardplanten: Lamiaceae, monofaag

hostplants: Lamiaceae, monophagous

Lycopus europaeus, exaltatus.

fenologie Puparia gevonden in eind Juli en begin November.

phenology Puparia found end May and early November.

BENELUX

BE waargenomen (Daan Dekeukeleire in litt., 2014).

NE waargenomen (Ellis: Susteren, Griendtveen).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (Daan Dekeukeleire in litt., 2014).

NE recorded (Ellis: Susteren, Griendtveen).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Denemarken en Litouwen tot Albanië en Bijgarijë (Fauna Europaea, 2008). Mogelijk dat ook de "Agromyza sp., bruine blaasmijn" die door Skala (1941a) uit Normandië gemeld is hiertoe behoort.

distribution within Europe From Denmark and Lithuania to Albania and Bulgaria (Fauna Europaea, 2008). Possibly als the Agromyza sp., brown blotch rercorded by Skala (1941a) belongs to this species.

larve Nowakowski (1959a).

larva Nowakowski (1959a).

synoniemen Phytomyza obscura: Hering, 1957.

synonyms Phytomyza obscura: Hering, 1957.

opmerkingen In tegenstelling tot wat Nowakowski schrijft zijn in het Nederlandse materiaal de secundaire vraatlijnen duidelijk waarneembaar.

notes Contrary to Nowakowski, the secondary feeding lines were well visible in the Dutch material.

literatuur

references

Beiger (1970a, 1980a), Černý, Vála & Barták (2001a), Drăghia (1968a, 1972a, 1974a), Dreger & Myssura (2005a), Hering (1957a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a), Nowakowski (1959a), Pakalniškis (1993a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Skala (1941a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a), Utech (1962a).

20/10/2014