Phytomyza marginella Fallén, 1823

Diptera, Agromyzidae

Lapsana communis, Nieuwendam: bovenzijde

8306_us

Lapsana communis, Nieuwendam: upperside

onderzijde

8306_ls

underside

mijn Gangmijn. Het eerste deel bestaat uit een zeer lange en smalle onderzijdige gang; deze gang is zeer ondiep en daardoor vaak onopvallend. Het tweede, bovenzijdige deel is gewoonlijk veel korter, en wordt plotseling snel breder. Verpopping buiten de mijn.

mine Corridor mine. The first part consists of a very long and narrow lower-surface corridor; the mine is quite shollow here, and often inconspicuous. The second part is upper-surface, uusally much shorter, and widens abruptly. Pupation outside the mine.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Calendula officinalis; Crepis biennis, paludosa; Hieracium lachenalii subsp. cruentifolium, laevigatum, murorum, sabaudum, umbellatum; Hypochaeris radicata; Lactuca alpina; Lapsana communis; Leontodon hispidus; Mycelis muralis; Picris; Prenanthes purpurea; Reichardia; Scorzoneroides autumnalis; Sonchus asper, oleraceus, palustris; Taraxacum officinale.

fenologie Larven van juni tot october (Hering, 1957a).

phenology Larvae from June till October (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & Verdyck, 1993a).

NE waargenomen (de Meijere, 1926a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (Scheirs, De Bruyn & Verdyck, 1993a)

NE recorded (de Meijere, 1926a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Geheel west Europe, met uitzondering van het Iberisch Schiereiland en misschien Griekenland (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Entire Western Europe, excluding the Iberian Peninsula and possibly Greece (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door de Meijere (1926a, als lampsanae; 1937a, als sonchi) en Griffiths (1977a). De larve heeft een frontaal aanhangsel; achterspiraculum met 22-30 papillen.

larva Described by Meijere (1926a, as lampsanae; 1937a, as sonchi) and Griffiths (1977a). There is a frontal appendage; rear spiraculum with 22-30 papillae.

synoniemen Phytomyza sonchi Robineau-Desvoidy, 1851; Ph. lampsanae Hering, 1925; Ph. insperata Hendel, 1927; Ph. hieracina Hering, 1932; Ph. mulgedii Hering, 1932; Ph. prenanthidis Hering, 1932; Ph. sonchina Hering, 1934; Ph. cicerbitae Hering, 1936.

synonyms Phytomyza sonchi Robineau-Desvoidy, 1851; Ph. lampsanae Hering, 1925; Ph. insperata Hendel, 1927; Ph. hieracina Hering, 1932; Ph. mulgedii Hering, 1932; Ph. prenanthidis Hering, 1932; Ph. sonchina Hering, 1934; Ph. cicerbitae Hering, 1936.

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1960a, 1965a, 1970a, 1978a, 1979a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2001a, 2007a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Drăghia (1967a, 1968a), Dreger & Myssura (2005a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1977a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1925a, 1926b, 1931f, 1934a, 1955b, 1957a, 1963a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1926a, 1937a, 1939a), Michalska (1970a, 1976a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1986a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Seidel (1957a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a).

27/01/2017