Phytomyza melana Hendel, 1920

Diptera, Agromyzidae

mijn De korte, smalle bovenzijdige begingang, die in het centrum van een blaadje begint, wordt plotseling sterk breder. Het verbrede deel volgt wel de bladrand, maar slechts losjes. Fras in onrgelmatig verspreide zwarte korrels. Primaire vraatlijnen duidelijk. De larve verlaat voor de verpopping de mijn, volgens (Allen, 1956a) via een boogsnede in de bovenepidermis.

mine A short, narrow, upper-surface corridor, starting the in the centre of the leaf, that suddenly widens strongly. The widened corridor loosely follows the leaf margin. Frass in irregularly scattered black granules. Primary feeding lines conspicuous. Pupation outside the mine; according to Allen (1956a) the exit slit is in the upper epidermis.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Pimpinella major, saxfraga.

fenologie Larven in mei-juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May-June (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Engeland, Duitsland, Polen, Oostenrijk (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe UK, Germany, Poland, Austria (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door Allen (1957b); achterspiraculum met ca. 13 papillen; frontaal aanhangsel afwezig.

larva Described by Allen (1957b); rear spiraculum with about 13 papillae; no frontal appendage.

puparium De Meijere (1926a).

puparium De Meijere (1926a).

synoniemen Phytomyza obscuripes Hering, 1927.

synonyms Phytomyza obscuripes Hering, 1927.

literatuur

references

Allen (1956a, 1957b), Beiger (1955a), Csóka (2003a), Dreger & Myssura (2005a), Griffiths (1957a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1927b, 1955b, 1957a, 1961a), Huber (1969a), de Meijere (1926a), Robbins (1991a), Spencer (1954b, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

17/11/2014