Phytomyza minuscula Goureau, 1851

Diptera, Agromyzidae

Aquilegia vulgaris, Amstelveen, JP Thijssepark

8274

Aquilegia vulgaris, Amstelveen, JP Thijssepark

Thalictrum flavum, Ooijpolder; in dit veel dikkere blad heeft de mijn een afwijkend uiterlijk

Phytomyza minuscula mine

Thalictrum flavum, Ooijpolder: in this much thicker leaf the mine takes a quite different appearance

mijn Bleekgroene, bovenzijdig, relatief brede, slingerende gang; vrij kort, maximaal ca 7 cm lang. Frass aanvankelijk in korrels, later korte draadstukjes of parelsnoertjes aan weerszijden van de gang. Vaak een aantal mijnen in één blad. De larve verlaat de mijn voor de verpopping via een onderzijdige boogsnede.

mine A pale green, upper-surface, fairly broad, waving corridor; relatively short, up to 7 cm. Frass at first in grains, later in short thread fragments or pearl strings, at either side of the corridor. Often several mines in a leaf. Pupation outside the mine, exit slit in lower epidermis.

waardplanten: Ranunculaceae, oligofaag

hostplants: Ranunculaceae, oligophagous

Aquilegia alpina, aurea, chrysantha, vulgaris; Thalictrum aquilegiifolium, delavayi, flavum, minus, sparsiflorum, tuberiferum.

fenologie Larven in juni-september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July-September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot het Iberisch Schiereiland en de Alpen, en van Ierland tot Polen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia and Finland to the Iberian Peninsula, and from Ireland to Poland (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door de Meijere (1926a), Allen (1958a) en Sasakawa (1961a).

larva Described by de Meijere (1926a), Allen (1958a), and Sasakawa (1961a).

synoniemen Phytomyza ancholiae Goureau, 1851; Ph. aquileagiae Robinea-Desvoidy, 1851 nec Hardy, 1849.

synonyms Phytomyza ancholiae Goureau, 1851; Ph. aquileagiae Robinea-Desvoidy, 1851 nec Hardy, 1849.

opmerkingen Talrijk in tuinen.

notes Frequent in gardens.

literatuur

references

Ahr (1966a), Allen (1958a), Beiger (1979A, 1989a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý & Merz (2007a), Dreger & Myssura (2005a), Edmunds (2015a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a), Hartig (1939a), Hering (1936b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kuroda (1961a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1926a, 1939a), Nowakowski (1954a), Pakalniškis (2004a), Robbins (1991a), Sasakawa (1961a), Seidel (1957a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1970a).

31/03/2017