Phytomyza monori Groschke, 1957

Diptera, Agromyzidae

mijn Geheel onderzijdige gang, die voor een groot deel de bladrand volgt. Verpopping in de mijn; dde voorspiracula van het puparium prikken door de epoidermis naar buiten.

mine Entirely lower-surface corridor, for a large part along the leaf margin. Pupation within the mine; the front spiracula penetrate the epidermis.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Aposeris foetida.

verspreiding binnen Europa Zuid-Duitsland.

distribution within Europe Southern Germany.

puparium Lege puparium oranjerood, met diepe segmentgrenzen, spiracula donker. Voorspiraculum knopvormig, met veel papillen; achterspiracula met een slanke steel op een gemeenschappelijke sokkel, knopvormig met tenminste 20 papillen.

puparium Vacated puparium orange red, wth deep segments limits; spiracula blackish. Front spiraculum fist-shaped with many papillae; rear spiracula on slender stalks inserted on a common base, fist-shaped with at least 20 papillae.

literatuur

references

Groschke (1957a), Hering (1957a), von Tschirnhaus (1999a).

27/01/2017