Phytomyza montana Groschke, 1957

Diptera, Agromyzidae

mijn Opvallend lange, bovenzijdige gang, aanvankelijk heel smal, geleidelijk breder wordend. De gang kan uiteindelijk een groot blad doorkruisen, onderwijl zichzelf af en toe snijdend. Frass zeer uiteenlopend, hetzij in parelsnoertjes van kleine korreltjes, dan wel in grote, ver uiteenliggende korrels. Verpopping buiten de mijn, boogsnede in de bovenepidermis.

mine Exceptionally long, upper-surface corridor, very narrow at first, gradually widening. In the end the corridor may traverse a large leaf, crossing itsself now and then. Frass very variable, either in pearl chains of tiny granules or in large, widely dispersed grains. Pupation outside the mine, exit slit in upper epidermis.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Cyanus montanus.

Maček (1999a) voegt hier aan toe: Centaurea nigrescens subsp. vochinensis en Cyanus triumfettii.

Maček (1999a) adds: Centaurea nigrescens subsp. vochinensis and Cyanus triumfettii.

BENELUX

Niet bekend van de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Polen (Fauna Europaea, 2009). Door Groschke zelf ook vermeld uit Zuid-Frankrijk, door Maček (1999a) uit Slovenië, en door Černý & Merz (2006a) uit Uzbekistan.

distribution within Europe Germany, Poland (Fauna Europaea, 2009). Reported by Groschke himself also from southern France, by Maček (1999a) from Slovenia, and by Černý & Merz (2006a) from Uzbekistan.

puparium Zwartig, voorspiracula knopvormig, met ca 10 papillen; achterspiracula op twee door een groef gescheiden bases, met 18 opvallend onregelmatig geplaatste papillen (Groschke, 1957a). Merkwaardigerwijze schrijft Hering (1957a) dat het achterspiraculum van de larve ca 24 papillen heeft.

puparium Blackish, front spiraculum budlike, with about 10 papillae; rear spiracula on two bases, separated by a fisssure, with 18 papillae that are arranged in a strikingly irregular fashion (Groschke, 1957a). Surprisingly, Hering (1957a) writes that the rear spiraculum of the larva has 24 papillae.

literatuur

references

Černý & Merz (2006a), Groschke (1957a), Hering (1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), Spencer (1971b), von Tschirnhaus (1999a).

modif. 24.vi.2009