Phytomyza narcissiflorae Hering, 1928

Diptera, Agromyzidae

mijn Vuilgroene secundaire blaasmijn met duidelijke primaire en secundaire vraatlijnen. Frass rijkelijk, verspreid. Verpopping nu eens, dan weer buiten de mijn.

mine Dull green secundary blotch with clear primary and secondary feeding lines. Frass abundant, dispersed. Pupation now within, then outside the mine.

waardplanten: Ranunculaceae, nauw monofaag

hostplants: Ranunculaceae, narrowly monophagous

Anemone narcissifolia.

(= A. narcissiflora).

(= A. narcissiflora).

fenologie Larven in juni.

phenology Larvae in June.

verspreiding binnen Europa Polen (Tatra), Zwitserland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Poland (Tatra), Switzerland (Fauna Europaea, 2009).

puparium Roodachtig geel.

puparium Reddish yellow.

literatuur

references

Černý & Merz (2007a), Hering (1928a, 1957a), Nowakowski (1958a).

modif. 5.vii.2009