Phytomyza notata Meigen, 1830

Diptera, Agromyzidae

Ranunculus acris, Retranchement

mine

Ranunculus acris, Retranchement

mijn Een korte, brede gangmijn, vaak beginnend met een bruin blaasje in het bladcentrum, met onregelmatig uitgevreten randen. De larve verlaat voor de verpopping de mijn; boogsnede bovenzijdig.

mine A short, broad corridor, with irregular sides. The mine often starts at a browned spot in the centre of the leaf. Pupation outside the mine; exit slit upper-surface.

waardplanten: Ranunculaceae, monofaag

hostplants: Ranunculaceae, monophagous

Ranunculus acris, alpestris, auricomus, bulbosus, montanus, oreophilus, repens.

fenologie Larven in juni en augustus-september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June and August-September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (Ellis, Retranchement).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE recorded (Ellis, Retranchement).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Zweden en Finland tot de Pyreneeën en Italië, en van Engeland to Wit-Rusland (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

distribution within Europe From Sweden and Findland to the Pyrenees and Italy, and from the UK to Belarus (Fauna Europaea, 2008); also Slovenia (Maček, 1999a).

synoniemen Phytomyza pygmaea Zetterstedt, 1848; Ph. pseudonotata Hering, 1949.

synonyms Phytomyza pygmaea Zetterstedt, 1848; Ph. pseudonotata Hering, 1949.

literatuur

references

Beiger (1979a,b), Buhr (1964a), Černý (2013a), Černý & Merz (2007a), Hering (1941a, 1949a, 1955b, 1957a), Maček (1999a), Pakalniškis (1983a, 1990a, 1998a, 2004a), Spencer (1972a, 1976a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a), Zoerner (1969a).

18/10/2016