Phytomyza nowakowskiana Beiger, 1975

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige blaasmijn van waaruit takken uistralen die zich verbreden en samenvloeien. Verscheidene larven in een mijn. Verpopping buiten de mijn.

mine Upper surface blotch from which branches arise the become broader and finally coalesce. Several larvae in a mine. Pupation outside the mine.

waardplanten: Boraginaceae, monofaag

hostplants: Boraginaceae, monophagous

Symphytum cordatum, tuberosum.

fenologie Larven van eind juni tot begin juli; mogelijk is er nog een tweede generatie.

phenology Larvae from end June till early July; possibly there is a second generation.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Polen (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Poland (Fauna Europaea, 2009).

larve Beschreven door Beiger (1975a). Mesothorax met een dorsale bult; voorspiraculum met 13-15, achterspiraculum met 19-21 papillen.

larva Described by Beiger (1975a). Mesothorax with a large dorsal hump; front spiraculum with 13-15, rear spiraculum with 19-21 papillae.

pop ≥ 2 mm; glanzend bruin.

pupa ≥ 2 mm, shining brown.

literatuur

references

Beiger (1975a), Griffiths (1975a), Michalska, Myssura & Walczak (2010a).

23/01/2013