Phytomyza oenanthica Hering, 1949

Diptera, Agromyzidae

mijn De mijn begint als onderzijdig gangmijntje in het centrum van een bladslip, wordt dan bovenzijdig en vult tenslotte de hele bladslip. In de begingang veel, zwarte frasskorrels aan weerszijden van de gang. In het bovenzijdige deel van de mijn frass in de vorm van een klein aantal, ver uiteen liggende, korrrels. Verpopping buiten de mijn.

mine The mine begins as a lower-surface corridor in the centre of a leaf segment. Later it becomes upper-surface, finally filling the entire segment. Frass in the initial corridor as many fine grains at either side; in the upper part frass in a small number of widely separated grains. Pupation outside the mine.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Oenanthe aquatica.

fenologie Larven gevonden in juli-augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae found in July-August (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Duitsland (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Germany (Fauna Europaea, 2008).

puparium Zie Hering (1949b).

puparium See Hering (1949b).

literatuur

references

Hering (1949b, 1955a, 1957a), von Tschirnhaus (1999a).

21/12/2011