Phytomyza petoei Hering, 1924

Diptera, Agromyzidae

Mentha spec., België, prov. Oost-Vlaanderen, Gent; © Jonas Mortelmans

Phytomyza petoei: mine on Mentha spec.

Mentha spec., Belgium, prov. East Fanders, Gand; © Jonas Mortelmans

Mentha spec., België, Luik; © Jean-Yves Baugnée

Phytomyza petoei: mine on Mentha spec.

Mentha spec., Belgium, Liège; © Jean-Yves Baugnée

Mentha spec., Belgium, Namen; © Jean-Yves Baugnée

Mentha spec., Belgium, Namur; © Jean-Yves Baugnée

mijn Bovenzijdige gangmijn, vaak vertakt en zichzelf oversnijdend, maar geen secundaire blaasmijn vormend. Frass overwegend in draadstukjes. De larve verlaat gewoonlijk voor de verpopping de mijn door een boogvormige snede in de epidermis; soms gebeurt de verpopping al in het blad, onderzijdig, maar dan is de boogsnede toch al gemaakt, en steken de spiracula niet door de epidermis (Hering, 1924a, 1957a).

mine Upper-surface corridor, often branched and crossing itself, but not forming a secondary blotch. Frass mainly in thread fragments. Pupaption generally outside the mine. Sometimes pupation occurs within the mine, near the lower epidermis, but then already an exit slit has been made, and the spiracula do not penetrate the epidermis (Hering, 1924a, 1957a).

waardplanten: Lamiaceae, oligofaag

hostplants: Lamiaceae, oligophagous

Melisssa; Mentha aquatica, longifolia, spicata, suaveolens; Monarda.

fenologie Larven van april tot october in enkele generaties (Hering, 1957a).

phenology Larvae from April to October in several generations (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Jean-Yves Baugnée, 2012; see also Mortelmans ea, 2014a).

NE waargenomen (Hering, 1957a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (Jean-Yves Baugnée, 2012; see also Mortelmans ao, 2014a).

NE recorded (Hering, 1957a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Litouwen tot het Iberisch Schiereiland, en van Engeland tot Thracië (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Lithuania to the Iberian Peninsula, and from the UK to Thrace (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door de Meijere (1937a) en Spencer (1973b). Achterspiraculum met ca. 25 papillen.

larva Described by de Meijere (1937a) and Spencer (1973b). Rear spiraculum with about 25 papillae.

opmerkingen Hering (1957a) meldt dat de soort ook talrijk optrad op gekweekte en verwilderde Monarda in de Hortus Botanicus van Amsterdam. Schadelijk in gekweekte munt (Spencer, 1973b).

notes Hering (1957a) found the species to be common on Monarda, gone wild in the Amsterdam Hortus Botanicus. A pest on cultivated mint (Spencer, 1973b).

literatuur

references

Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a), Beri (1971e), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2011a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), Civelek, Deeming & Önder (2000a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Cooper (2014a), Dreger & Myssura (2005a), Hering (1924a,b, 1936b, 1957a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1937a), Michalska (2003a), Mortelmans, Boeraeve, Tamsyn, Proesmans & Dekeukeleire (2014a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1993a), Robbins (1991a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1973b, 1976a), Starý (1930a), Süss (1999a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a).

28/04/2017