Phytomyza ranunculicola Hering, 1949

Diptera, Agromyzidae

mijn Een compacte secundaire blaasmijn, zonder eilandjes van niet uitgemineerd bladweefsel. Mijn vertoont geen bruine verkleuring. Zowel primaire als secundaire vraatsporen zichtbaar. De verpopping vindt plaats in het blad in een onderzijdig deel van de mijn.

mine A compact secondary blotch, without islets of unmined tissue. Mine witout brown discoloration. Both primary and secondary feeding lines recognisable. Pupation within the leaf, in a lower-surface section of the mine.

waardplanten: Ranunculaceae, monofaag

hostplants: Ranunculaceae, monophagous

Ranunculus acris, bulbosus.

fenologie Larven in juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van de Baltische Staten en Wit-Rusland tot de Pyreneeën en Alpen (Fauna Europaea, 2008); ook Engeland (Gibbs, 2006a).

distribution within Europe From the Baltic States and Belarus to the Pyrenees and Alps (Fauna Europaea, 2008); also the UK (Gibbs, 2006a).

puparium Geel.

puparium Yellow.

literatuur

references

Černý (2001a, 2013a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Gibbs (2006a), Hering (1949b, 1954a, 1956a, 1957a), de Meijere (1950a), Pakalniškis (1998a, 2004a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a).

18/10/2016