Phytomyza rectae Hendel, 1924

Diptera, Agromyzidae

mijn De mijn begint met een dichtgewonden spiraal-gangetje in het sponsparenchym van de bladonderzijde. Daarna wordt gang bovenzijdig, bginnend bij het inmiddels doorzichtige beginspiraaltje. De bovenzijdige gang is vrij strak en volgt over grote afstanden de bladrand. Frass in parelsnoertjes, tegen het eind van de mijn in grote, losse, korrels. Verpopping buiten de mijn, boogsnede nu eens in boven-, dan weer in onderepidermis.

mine The mine begins with a densely wound spiral corridor in the sponge parenchyma of the leaf underside. Then the corridor becomes upper-surface, starting at the spiral spot, that by now is quite transparant. The upper-surface corridor is rather straight-walled, and follows the leaf margin over long distances. Frass in pearl chains, towards the end of the mine in isolated, coarse grains. Pupation outside the mine, exit slit now upper-, then lower-surface.

waardplanten: Ranunculaceae, monofaag (?)

hostplants: Ranunculaceae, monophagous (?)

Clematis flammula, recta.

Surányi (1942a) noemde ook Pulsatilla grandis als waardplant; mogelijk bedoelde hij echter rectae pulsatillae, d.w.z. Ph. pulsatillae.

Surányi (1942a) also mentioned Pulsatilla grandis as a host plant; possibly he intended rectae pulsatillae, i.e., Ph. pulsatillae.

fenologie Larve van juni tot september, in twee generaties (Hering, 1957a).

phenology Larvae from June to September, in two generations (Hering, 1957a)

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Italië (Fauna Europaea, 2009); Dalmatië (Hering, 1967a), Slovenië (Maček, 1999a).

distribution within Europe Germany, Switzerland, Austria, Italy (Fauna Europaea, 2009); Dalmatia (Hering, 1967a), Slovenia (Maček, 1999a).

larve Mandibel met twee tanden, alternerend. Voorspiraculm met 10 papillen in een open ellips, achterspiraculum aan één zijde ietwat uitgetrokken, met in totaal 11 papillen (Hering, 1967a).

larva Mandible with two teeth, alternating. Front spiraculum with 10 papillae in an open ellipse; rear sparaculum one-horned, with 11 papillae altogether.

literatuur

references

Černý & Merz (2007a), Hering (1957a, 1967a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Mihajlović, Spasić, Petanović & Mihajlović (1998a), Skala (1936a), Skala & Zavřel (1945a), Süss (1992a), Süss & Moreschi (2003a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

17/09/2014