Phytomyza robustella Hendel, 1936

Diptera, Agromyzidae

mijn Larven maken een gang in de hoofdnerf van de grondbladeren. Als gevolg van de aantasting is de nerf galachtig opgezwollen. Verpopping binnen de mijn.

mine The larvae tunnel in the midrib of the basal leaves. Their presence causes the vein to swell. Pupation within the mine.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Crepis biennis.

fenologie Larven in april-mei en juni-juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in April-May and June-July (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Estland tot de Pyreneeën en Italië, en van Engeland tot Hongarijë (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Estonia to the Pyrenees and Italy, and from the UK to Hungary (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Phytomyza robusta Hendel, 1935; Ph. crepidocecis Hering, 1955.

synonyms Phytomyza robusta Hendel, 1935; Ph. crepidocecis Hering, 1955.

literatuur

references

Buhr (1955a, 1964a), Černý (2001a), Černý & Merz (2007a, Černý, Vála & Barták (2001a)), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Henshaw (2002a), Hering (1949b, 1955a, 1956a, 1957a), Spencer (1971a), Süss (1999a), von Tschirnhaus (1999a).

20/10/2014