Phytomyza rufescens von Roser, 1840

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige gangmijnen in de bladbasis, uitstralend vanuit de nerfbasis. Frass in lange slierten langs de wanden van de mijn. Primaire vraatlijnen zeer duidelijk. Verpopping in de mijn, in de bladvoet of nog dieper in de plant.

mine Upper-surface corridor in the leaf base, radiating from the base of the midrib. Frass in long strings along the sides of the mine. Primary feeding lines quite conspicuous. Pupation within the mine, in the leaf base or even deeper in the plant.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Pilosella cymosa, officinarum.

fenologie Larven van de herfst tot in mei, dan weer in juli-augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae from the autumn till May, then again in July-August (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (van der Wulp (1871a, als analis).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE recorded (van der Wulp (1871a, as analis).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot de Alpen, en van Engeland tot Litouwen en Polen; ook Thracië (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia and Finland to the Alps, and from the UK to Lithuania and Poland; also Thrace (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door de Meijere (1926a, als hieracii).

larva Described by de Meijere (1926a, as hieracii).

synoniemen Phytomyza analis Zetterstedt, 1848; Ph. hieracii Hendel, 1922.

synonyms Phytomyza analis Zetterstedt, 1848; Ph. hieracii Hendel, 1922.

literatuur

references

Černý & Vála (1999a), Civelek, Deeming & Önder (2000a), Hering (1955b, 1957a), Huber (1969a), de Meijere (1926a), Pakalniškis (1998a), Spencer (1971a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a), van der Wulp (1871a).

27/01/2017