Phytomyza scotina Hendel, 1920

Diptera, Agromyzidae

mijn Slingerende, onder- of bovenzijdige gangmijn, die zichzelf regelmatig oversnijdt maar geen secundaire blaasmijn vormt. Secundaire vraatlijnen afwezig. De mijn is variabel van vorm, soms een compact kluwentje, soms een losse gang langs de bladrand. Frass in losse korrels of parelsnoertjes.

mine A winding corridor, upper- or lower surface, that regularly crosses itself, though without forming a secondary blotch. Secondary feeding lines absent. The mine is quite variable, sometimes a compact knot, sometimes a loose corridor along the leaf margin. Frass in discrete grains or pearl chains.

waardplanten: Lamiaceae, monofaag

hostplants: Lamiaceae, monophagous

Salvia glutinosa, nemorosa, officinalis, pratensis, splendens, verticillata.

fenologie Larven in mei-juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May - June (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Centraal Europa; ook Roemenië, Albanië en Spanje (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Central Europe; also Romania, Albania and Spain (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door de Meijere (1926a); achterspiraculum met 15 papillen.

larva Described by de Meijere (1926a); rear spiraculum with 15 papillae.

opmerkingen In centraal Europa een zeer gewone soort (Hering, 1957a).

notes Quite a common species in central Europe (Hering, 1957a).

literatuur

references

Beiger (1960a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Drăghia (1967a), Dreger & Myssura (2005a), Hering (1921b, 1924b, 1936b, 1957a, 1962a), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1926a), Pakalniškis (1994a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a).

27/12/2011