Phytomyza sedicola Hering, 1924

Diptera, Agromyzidae

Sedum cf. telephium, Denemarken, Bornholm © Simon Haarder

Phytomyza sedicola: mines on Sedum cf telephium

Sedum cf. telephium, Denmark, Bornholm © Simon Haarder

het puparium steekt uit de mijn naar buiten

Phytomyza sedicola: puparium on Sedum cf telephium

the puparium protrudes from the mine

Sedum telephium subsp. fabaria, België, prov. Luxemburg, Bomal-sur-Ourthe; © Jean-Yves Baugnée

Phytomyza sedicola mine

Sedum telephium subsp. fabaria, Belgium, prov. Luxemburg, Bomal-sur-Ourthe; © Jean-Yves Baugnée

puparium in de mijn

Phytomyza sedicola mine

puparium in the mine

mijn Bovenzijdige, wittige (ondiepe), sterk gekronkelde gangmijn, niet zelden een secundaire blaas vormend. Weinig, ver uiteenliggende frasskorrels. De larve verpopt zich in de mijn. Vlak voor het bruine puparium bevindt zich een al tevoren door de larve gemaakte boogvormige snede in de epidermis. Niet zelden echter heeft de larve de mijn al verlaten voordat de verpopping plaats vindt.

mine Upper-surface, whitish (shallow), strongly contorted corridor, that may form a secondary blotch. Frass in a few, widely scattered grains. Pupation mostly within the mine; in front of the brown puparium a preformed exit slit.

waardplanten: Crassulaceae, oligofaag

hostplants: Crassulaceae, oligophagous

Hylotelephium telephium, vulgare; Rhodiola rosea; Sedum album, cepaea; Umbilicus rupestris.

fenologie Larven in mei en juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May and July (Hering, 1957a).

BENELUX

BE in 2009 voor het eerst waargenomen door Jean-Yves Baugnée (©'s hierboven).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX waargenomen (Kautenbach).

BENELUX

BE discovered for the first time by Jean-Yves Baugnée (pictures above).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2008).

LUX recorded (Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Italië en van Engeland tot Litouwen en Roemenië (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia to Italy, and from Britain to Romania (Fauna Europaea, 2008).

larve Beschreven door de Meijere (1926a) en Griffiths (1976a); de bechrijving door Beri (1971e) vermeldt geen waardplant en is mede daarom dubieus.

larva Described by de Meijere (1926a) and Griffiths (1976a); the description by Beri (1971e) s from an unknown host plant and dubious.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1960a, 1965a, 1970a, 1980a), Beri (1971e), Buhr (1932a, 1964a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Csóka (2003a), Drăghia (1974a), Griffiths (1976a), Hartig (1939a), Hering (1924a, 1930b, 1955b, 1957a, 1967a), Huber (1969a), de Meijere (1926a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), Süss & Moreschi (2003a), von Tschirnhaus (1999a).

28/04/2015