Phytomyza silai Hering, 1922

Diptera, Agromyzidae

mijn De mijn begint met een onderzijdige, relatief brede gang. Na de eerste vervelling wordt de mijn bovenzijdig, en vult tenslotte enkele bladslippen geheel (Allen, 1956a; Hering, 1957a). Frass in vrij grote korrels. De larve verlaat voor de verpopping de mijn via een boogsnede in de bovenepidermis.

mine The mine starts with a lower-surface, relatively wide corridor. After its first moult the larva continues upper-surface, its mine in the end entirely occupying several leaf segemts (Allen, 1956a; Hering, 1957a). Frass in rather coarse granules. Pupation outside the mine, exit slit in upper epidermis.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Silaum silaus.

fenologie Mijnen in juli-augustus (Allen, 1956a).

phenology Mine in July-August (Allen, 1956a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Engeland, Duitsland, Polen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe Britain, Germany, Poland (Fauna Europaea, 2008).

puparium Allen (1957b); Hering (1957b).

puparium Allen (1957b); Hering (1957b).

literatuur

references

Allen (1956a, 1957b), Hering (1957a,b), Huber (1969a), Kvičala (1938a), de Meijere (1937a, 1938a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1954b, 1971a, 1972a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a).

22/12/2011